zaterdag 5 april 2008

Het kleine meisje liep door de wereld


Het kleine meisje liep door de wereld. Ze verwonderde zich. Overal zag ze een kleine wereld in. Onder het mos woonde een het elfje dat ‘s ochtens naar buiten kwam en zicht uitstrekte in de zon en genoot van de zachtheid van het mos, dat voor haar heel groot was. De boom was de meester tot wie zij zich kon wenden om raad, daarachter school de grote wereld en het grote gevaar. Gelukkig kon het elfje vliegen.

Op zee waren de grote zeegeesten die veel ruimte nodig hebben. Die je meenemen en je de weide horizon laten zien. Voor wie het niet uitmaakt of het nu stormt of windstil is. Ze brengen altijd vrede, maar soms zijn ze ongedurig. Je kan altijd met hen mee. Het kleine meisje rustte in de armen van haar vader, die met één hand het schip bestuurde. Ze keek naar de zeilen, voelde de kracht van het schip en de elementen en reisde met haar vader én met de geesten mee. Wans soms lette hij even niet op.

Het meisje werd iets groter. Een klein beetje maar. De elfjes waren er nog steeds. En ook de werelden van mensen. Die waren meer verborgen. Mensen zeiden iets maar bedoelde soms iets anders. Ze bewaakten het ogenblik en vergaten de diepte. De diepte van betekenis die het meisje wel voelde. Maar wat zie je dan? Vreemde beelden drongen zich aan haar op. De onbewaakte ogenblikken waarin de onuitgesproken gedachten zichtbaar worden.

Het meisje was ook bang. Voor de vuilniswagen bijvoorbeeld, omdat die alles vernietigt. En ze herinnert zich dat ze kruipend over straat ging, achter de auto’s langs, omdat haar moeder had gezegd dat ze nu groot genoeg was om alleen naar school te gaan, maar vergeten was dat het woensdag was. De vuilniswagen. Waarin mannen alles gooiden wat niet deugde. Wat mensen niet meer wilden hebben. Wat gooien mensen zoal weg?

Liefde? Hun eigen dromen, herinneringen die er niet toe doen of waar ze niets mee willen. Spullen die hun imago niet bevestigen. Speelgoed van de kinderen omdat die uit huis zijn. Nutteloos verpakkingsmateriaal, weggegooid eten, oude viltstiften, rommel. Héél veel rommel. Het meisje geloofde niet in rommel. Zij geloofde in de heelheid van de aarde. Energie is altijd energie die je ergens voor kan gebruiken.

Het meisje ging naar school. Scheikunde. Alles bestaat uit moleculen. En uiteindelijk, zijn dat allemaal dezelfde deeltjes. De verhouding ertussen bepaalt wat het is. ‘Oh’, dacht het meisje, ‘dus niets is iets! Het niets, bepaalt wat het is! Dus alles is hetzelfde’. Het meisje snelde in de tijd vooruit en kwam tot de conclusie dat je dan van vuilnis een biefstuk kan maken. Nu staat nano-technologie nog in de kinderschoenen, maar straks kan dat.

Niets is iets. Maar wat maakt dan wat het is dat het is? Het meisje ging op zoek. En langs bergen en dalen accepteerden de mensen het leven zoals het was. De elfjes zwegen. Mensen stelden vragen, maar dan vooral aan haar. Wat ze wilde worden, hoe dat zo was gekomen, dat zij was wie ze was. Mensen gaven antwoorden. Over technologie, de kunst, politiek en over hoe de maatschappij in elkaar steekt. Het bevredigde het meisje niet. De antwoorden verzwegen nog altijd de wereld erachter.

Ze besloot een tijdje zich aan te passen en te doen alsof dit het was dat het leven haar te bieden had. Maar zij raakte onmiddellijk verwikkeld in oplichtende zaken als sex, drugs & Rock and Roll. Ook heel tof. Het meisje leerde te genieten van de aarde! Of, hoe de mensen haar beleefde en hoe je er plezier kon beleven. De vaardigheden der aarde. Je hoofd boven water houden! En toch ....... riepen de elfjes haar weer toe .... blijf zoeken! Je vind het wel. En ze gaf niet op.

Het meisje studeerde. Het meisje ontmoette bijzondere mensen die in haar geloofden. Die zagen wie ze werkelijk was. Ze raakte gefascineerd door mensen en hoe zij hun leven inrichten. Leven mensen hun dromen na? En hoe kun je de dromen van mensen benutten voor innovatie en vernieuwing? Waar zijn die mensen en wat doen ze? Ze ontmoette er een heleboel. Want hij zie zoekt ...... Ook had iemand eens aangeraden 10 leerdoelen op te stellen, van 1 tot 10. Na een aantal jaar kwam zij erachter dat deze een leidraad hadden gevormd.

Intentie geeft betekenis. Het onbewaakte ogenblik kan werkelijkheid worden! De wereld erachter. Is de wereld van intentie. Die richting geeft aan je dromen, aan je gedachten, aan je handelen, aan hoe mensen op je reageren. Dat maakt het realiteit. Als je de juiste vragen stelt herken je op een gegeven moment het antwoord. Ergens. In een situatie. Een onbewaakt ogenblik dat voor jou bedoelt is. Je kan erop varen. En de grote geesten komen je tegemoet.

Iemand zei eens: Wees moedig en grote geesten snellen je tegemoet! En het is grappig, dat moedig zijn in deze wereld betekent jezelf te zijn. Dat je dán de wereld ziet die je altijd hebt gezocht. De wereld achter wat mensen zeggen, de wereld van betekenis en zingeving. Het vervullen van je eigen dromen. Het meisje besloot de wereld te veroveren.

Door te zoeken naar mensen die óók hun dromen verwezenlijken. Die hun hoofd boven het maaiveld uitsteken (want ongemerkt, ben je dan opeens een hoge boom die veel wind vangt, als authenticiteit je leidraad is) en daarmee het verschil maken. Voor werkelijke innovatie. Sociale innovatie. Waarin er een synergie is tussen het realiseren van je dromen, economie en maatschappelijk rendement. Ook had het meisje inmiddels geleerd dat je de juiste woorden moet gebruiken om de wereld te beschrijven die je altijd hebt gezien.

www.greatplacetolive.nl

Dit bericht is geschreven voor De Labiel en verschijnt nu in de serie DURF ontwikkeld door Corné Cox. Ik kreeg het stokje van Sanne Roemen en ik geef het bij deze door aan Lisette Togtema

3 opmerkingen:

oomph: Sanne Roemen zei

Wat een pareltje!

noorderlicht zei

Lisette stelde me de juiste vraag .... waarom ben jij wie je bent? hoe is dat nu zo gekomen allemaal?

Josje Feller zei

Whooow!